Duiven worden reeds duizenden jaren door de mens gehouden en gedurende die tijd werden er ontelbare rassen en variëteiten ontwikkeld. Een belangrijke groep hiervan vormen de Meeuwduiven. Deze kunnen worden gerekend tot één van de oudste sierduivensoorten.

Gele Turbits uit 1868, geschilderd door Harrison Weir
De Meeuwduiven, kortweg genaamd Meeuwen, zijn over geheel
Europa, Noord Afrika en Klein Azië in een grote menigte soorten,
variëteiten en subvariëteiten verspreid en worden sinds jaren
in deze landen gefokt.
Vooral in Noord Afrika en Klein Azië heeft de meeuwenfok in hoog
aanzien gestaan. De Oosterse meeuwenfokkers en vooral die van
Smyrna en omgeving zijn steeds fokkers van de eerste rang geweest.
De fraaiste soorten hebben hier dan ook hun oorsprong aan te
danken. Hoewel niet alle rassen er vandaan komen, worden Noord
Afrika en Klein Azië dan ook als de landen van oorsprong
aangeduid. Sinds overoude tijden waren duiven in die landen zeer
geliefd en bij vele Oosterse volken zelfs heilig. In Egypte
bijvoorbeeld waren ze reeds 3200 jaar voor Christus. Op
verschillende schilderstukken en afbeeldingen van de 5de dynastie
(3000 voor Christus) zijn duiven afgebeeld met een jabot op de
borst. Met recht kan men dus de Meeuwduiven rekenen tot de
alleroudste van de bestaande tamme duivenrassen.

De Meeuwduiven, door Renè Delin
De oorspronkelijke meeuwduiven zijn omstreeks 1500 uit Azië en Noord-Afrika naar Europa overgebracht. Ons land heeft bij de aanvoer steeds een belangrijke plaats ingenomen en Amsterdam was de voornaamste aanvoerhaven. Hier hebben veel duivenrassen namen gekregen die geheel los stonden van de officiële op tentoonstellingsgebied gebruikelijk. Zo had men het Rouwaantje en het Rabbijntje, respectievelijk de Afrikaanse en de Chinese Meeuw. Twee rassen die omstreeks 1920 nog volop werden aangevoerd in de Amsterdamse haven.

Hamburger Stickenmeeuw, foto: R. v. Dijk
Vanuit Nederland zijn de Meeuwtjes naar vele delen van Europa uitgezwermd. De Belgen vormden er door kruisingen met andere rassen de Antwerpse Smierel uit, de Duitsers de Akener Lakschildmeeuw en de Engelsen de Turbit. Later kwamen hier nog vanuit Afrika de Tunische (Afrikaanse) Meeuw en vanuit het Oosten de Oosterse Meeuw bij.

Links: Turbit foto: D. Hamer; Rechts: Afrikaanse Meeuw, foto
D. Hamer
Door het kruisen van verschillende Meeuwenrassen zijn er in de loop van deze eeuw nieuwe rassen gecreëerd en oude rassen verbeterd. Op dit moment zijn er tientallen soorten Meeuwen. Het lijkt haast wel alsof iedere streek en/of ieder land zijn eigen Meeuwenras heeft ontwikkeld. Een overzicht van de Meeuwenrassen in Nederland vindt u onderaan deze pagina. Er zijn echter nog veel meer soorten zoals de Poolse Meeuw, Russische Schildmeeuw en de Franse Meeuw.
Naamgeving
Hoe de Meeuwduiven aan hun soortnaam "Meeuw" zijn
gekomen, valt niet met voldoende zekerheid te zeggen. Algemeen
neemt men aan dat ze deze te danken hebben aan de kleur en de
tekening van de zeevogels van gelijke naam, voornamelijk de
mantelmeeuw, die bij haar witte gevederte, prachtige lichtblauwe
vleugelschilden heeft.

Oudduitse Meeuw, foto: G. de Vries Jr.
De blauwschild Meeuwduiven waren waarschijnlijk het eerst en het veelvuldigst aangekomen en bij ons bepalend geweest voor de naam Meeuw. Ook in België en Duitsland koos men die naam, nadat voordien in ons land en België ook de aanduiding met "Cort-beke" plaatsvond. In Engeland was het ook de Schildmeeuw die het eerste aankwam, deze werd daar Turbit genoemd, een naam waarvan de betekenis niet duidelijk is. Voor de nadien aangekomen meeuwrassen bleek uiteindelijk de uilenkop of de jabot bepalend. Zo worden nu de Tunische Meeuw en de Chinese Meeuw in Engeland respectievelijk African Owl en Chinese Owl genoemd, terwijl de Oosterse Meeuw als Oriental Frill lid is van de familie.
Kenmerken
De Meeuwduiven vormen een geweldige, wijdvertakte groep, met een
zeer groot aantal soorten, welke echter alle zo veel gelijke
kenmerken hebben, dat ze tot één stam gerekend kunnen worden.

3 Turbits, geschilderd door Wippel in 1925
Een belangrijk kenmerk van de Meeuw is toch wel het karakter. Dit is ook alle duivenauteurs in de loop der tijden steeds weer opgevallen. Ook onze grote duivenkenner wijlen Spruijt leidde in zijn boek "De Structuurduiven" de meeuw in via het karakter. Hij schreef: "door hun vertrouwelijkheid, hunne elegante bewegingen, hun prettige wijze van voordoen, hun gehele persoonlijkheid, een ieder voor zich innemen en een bewonderaar voor zich maken". Een volzin en stellig een reactie vol van enig menselijk geluksgevoel, ontstaan door de gedragingen - het karakter - der "meeuwtjes" van iemand die meer dan wie ook, alle duivenkarakters heeft ervaren.
Akener Lakschildmeeuw, foto: R. v. Dijk
De Meeuwen behoren tot de kleine rassen. Ze zijn zeer
gedrongen en hebben een trotse, opgerichte houding. De kop is
betrekkelijk groot en dik, de snavel zeer kort met dikke
neusvleugels, een huidplooi - ook wam genoemd - van de kin tot
aan de borst.
Spruijt was ook degene die voor de noodzakelijke afbakening van
de meeuwenfamilie een principieel kenmerk aanwees. Dit kenmerk
betreft de diep op de borst verlopende bijzondere bevedering - de
Jabot - die uitsluitend bij de meeuw voorkomt. Spruijt noemde het
"een onvoorwaardelijk kenmerk" en schreef verder:
"elke vogel, die deze versiering draagt, behoort tot een der
vele meeuwenrassen".

Oosterse Meeuw Satinette, foto: D. Hamer
Heden
De Aziatische Meeuwen worden in de hele wereld gefokt. De
bekendheid van de overige Meeuwenrassen is vaak beperkt gebleven
tot het land van oorsprong, met uitzondering van de Oudhollandse
Meeuw die al jaren kan rekenen op een grote schare van
liefhebbers. Maar bij de andere Meeuwen, en met name de
kortsnavelige rassen, zijn de liefhebbers op 2 handen te tellen.
Toch heeft door de jaren heen een kleine maar vaste kern zich
vast gebeten in deze rassen. Mede hierdoor hebben de Meeuwen in
Nederland zo'n hoog peil bereikt. Vooral de Oosterse Meeuwen
spreken op de tentoonstellingen een hartig woordje mee.

Links: Hamburger Stickenmeeuw, foto: D. Hamer; Rechts: Luikse
Barbet, foto: D. Hamer
De "onbekendheid" van de Meeuwenrassen komt niet
doordat de fokkers deze rassen niet mooi zouden vinden.
Integendeel! Een vroeger spraakmakende keurmeester heeft eens
gezegd: "Zelfs een minder goede Oosterse Meeuw is nog een
prachtige verschijning", en daar sluiten wij ons van harte
bij aan.
Aan de andere kant begint de populariteit van de middensnavelige
meeuwen te stijgen. Dit geldt vooral voor de Italiaanse en Oudduitse Meeuwen. De Hamburger Sticken en de Vlaanderse Smierel lopen
hierin echter nog wat achter.
Als u op een tentoonstelling langs de kooien loopt en u zich niet afvraagt waaraan deze Meeuwen hun fanclub te danken hebben, dan is het houden van Meeuwen misschien wel iets voor u .
Rassenoverzicht