De Luikse Meeuw komt, zoals de naam al doet vermoeden, uit Luik in België. Het is een wat kleinere duif dan de postduif, maar doet daar sterk aan denken. Het diertje is gladkoppig.
De volgende kleurslagen zijn erkend: zwart, rood en geel, blauw met zwarte banden, blauwzilver met donkere banden, roodzilver geband, geelzilver geband, blauw- en blauwzilver met
Bij het beoordelen van Luikse Meeuwen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:
Kop en snavel
De kop is goed gerond, met een geronde schedel. Het voorhoofd mag
geen deuken vertonen. De snavel is is middellang, waarbij de
onder- en bovensnavel even dik zijn. Hij is blank van kleur en de
neusdoppen zijn zijn klein en fijn. De ogen zijn donkerbruin en
de oogranden zijn bleek en smal en fijn van weefsel.
Type
Type: het is een kleine schildmeeuw met iets naar voren tredende,
brede en volle borst.
Stand
De stand is nagenoeg horizontaal, niet te hoog gesteld. De
vleugels zijn goed aangesloten, rusten op de staart zonder te
kruisen en dekken de rug goed af. Deze is plat en goed gevuld. De
staart is kort en smal, goed gesloten en wordt nagenoeg
horizontaal gedragen. De benen zijn eerder kort dan middellang,
de nagels zijn blank. De hals is middellang zonder wam en de
bevedering is glad aanliggend.
Jabot
De jabot is goed vol ontwikkeld, rechtlopend en spreidt zich naar
beide kanten uit.
Kleur
De kleur is geheel wit met een gekleurd schild. Aan elke vleugel
zitten 7 tot 10 buitenste witte slagpennen. Aan beide vleugels
zitten 4 gekleurde duimveren. De kleuren moeten zo gelijkmatig en
intensief mogelijk zijn.