Anatolische Meeuw

De Anatolische Meeuw komt oorspronkelijk uit Westelijk Klein Azië (Anatolië) en is vermoedelijk tussen 1700 en 1750 naar Europa gekomen.


Anatolische Meeuw, foto: D. Hamer

In Nederland is dit ras zeer zeldzaam. In de vorige eeuw was dit ras haast uitgestorven omdat het gebruikt werd om andere rassen mee te verbeteren, vanwege de volle koppen.
De Anatolische Meeuw is kort en breed en een elegante verschijning met zijn ronde kop en korte snavel.

De volgende kleurslagen zijn in Nederland erkend: zwart, dun, rood, geel, blauw met zwarte banden, blauwzilver met donkere banden, roodzilver geband, geelzilver geband, bruinzilver geband, blauw gekrast.

Bij het beoordelen van Anatolische Meeuwen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis:

Type en stand
Het type is compact. De brede borst wordt naar voren en hoog gedragen. De rug is kort, breed in de schouders en afhellend. De buik is kort en goed ontwikkeld. De vleugels zijn, kort, strak aanliggend, goed gesloten en rusten licht op de staart. Deze is kort en goed gesloten. De benen zijn middellang en onbevederd.

Kop en snavel
Er wordt gestreefd naar een kogelronde kop. Deze moet breed zijn met een goed gevuld voorhoofd en volle wangen. Van boven gezien moet de breedte van tussen de ogen zonder te versmallen tot in de voorkop doorlopen. De snavel is kort en stomp en moet de voorhoofdsronding niet onderbreken. De verlenging van de snavellijn loopt door de onderkant van het oog. De ogen zijn groot en donker, de oogranden zijn bleek, smal en fijn van structuur.

Jabot
De hals is kort en vol, met een goed ontwikkelde keelwam en jabot. De hals is wat naar achteren gebogen.

Kleur en tekening
De schilden en de staart, inclusief boven- en onderstaartdek (kiel), moeten gekleurd zijn. De overige bevedering is wit. Aan elke vleugel zitten 8-10 witte buitenste slagpennen, maar ook 6 of 7 is niet fout, zolang het ovale schild goed afgetekend is. In de schilden behoren geen witte en tussen de witte slagpennen geen gekleurde veren te zitten. "Broek" (gekleurde dijen) en kleine afwijkingen in kleur en tekening zijn van ondergeschikte betekenis.