Meeuwen

Turbits
Turbits uit 1876, geschilderd door Ludlow

Duiven worden reeds duizenden jaren door de mens gehouden en gedurende die tijd werden er ontelbare rassen en variŽteiten ontwikkeld. Een belangrijke groep hiervan vormen de Meeuwduiven. Deze kunnen worden gerekend tot ťťn van de oudste sierduivensoorten.

De Meeuwduiven, kortweg genaamd Meeuwen, zijn over geheel Europa, Noord Afrika en Klein AziŽ in een grote menigte soorten, variŽteiten en subvariŽteiten verspreid en worden sinds jaren in deze landen gefokt. Vooral in Noord Afrika en Klein AziŽ heeft de meeuwenfok in hoog aanzien gestaan. De Oosterse meeuwenfokkers en vooral die van Smyrna en omgeving zijn steeds fokkers van de eerste rang geweest. De fraaiste soorten hebben hier dan ook hun oorsprong aan te danken. Hoewel niet alle rassen er vandaan komen, worden Noord Afrika en Klein AziŽ dan ook als de landen van oorsprong aangeduid. Sinds overoude tijden waren duiven in die landen zeer geliefd en bij vele Oosterse volken zelfs heilig. In Egypte bijvoorbeeld waren ze reeds 3200 jaar voor Christus. Op verschillende schilderstukken en afbeeldingen van de 5de dynastie (3000 voor Christus) zijn duiven afgebeeld met een jabot op de borst. Met recht kan men dus de Meeuwduiven rekenen tot de alleroudste van de bestaande tamme duivenrassen.

Meeuwduiven
Meeuwenduiven, geschilderd door Renť Delin

De oorspronkelijke meeuwduiven zijn omstreeks 1500 uit AziŽ en Noord-Afrika naar Europa overgebracht. Ons land heeft bij de aanvoer steeds een belangrijke plaats ingenomen en Amsterdam was de voornaamste aanvoerhaven. Hier hebben veel duivenrassen namen gekregen die geheel los stonden van de officiŽle op tentoonstellingsgebied gebruikelijk. Zo had men het Rouwaantje en het Rabbijntje, respectievelijk de Afrikaanse en de Chinese Meeuw. Twee rassen die omstreeks 1920 nog volop werden aangevoerd in de Amsterdamse haven.

Vanuit Nederland zijn de Meeuwtjes naar vele delen van Europa uitgezwermd. De Belgen vormden er door kruisingen met andere rassen de Antwerpse Smierel uit, de Duitsers de Akener Lakschildmeeuw en de Engelsen de Turbit. Later kwamen hier nog vanuit Afrika de Tunische (Afrikaanse) Meeuw en vanuit het Oosten de Oosterse Meeuw bij.

Afrikaanse Meeuwen
Afrikaanse Meeuwen uit 1912, geschilderd door Ludlow

Door het kruisen van verschillende Meeuwenrassen zijn er in de loop van deze eeuw nieuwe rassen gecreŽerd en oude rassen verbeterd. Op dit moment zijn er tientallen soorten Meeuwen. Het lijkt haast wel alsof iedere streek en/of ieder land zijn eigen Meeuwenras heeft ontwikkeld. Een overzicht van de Meeuwenrassen in Nederland vindt u onderaan deze pagina. Er zijn echter nog veel meer soorten zoals de Poolse Meeuw, Russische Schildmeeuw en de Franse Meeuw.

Naamgeving

Hoe de Meeuwduiven aan hun soortnaam "Meeuw" zijn gekomen, valt niet met voldoende zekerheid te zeggen. Algemeen neemt men aan dat ze deze te danken hebben aan de kleur en de tekening van de zeevogels van gelijke naam, voornamelijk de mantelmeeuw, die bij haar witte gevederte, prachtige lichtblauwe vleugelschilden heeft.

Afrikaanse Meeuw
Duitse Schildmeeuwen, geschilderd door Ludlow

De blauwschild Meeuwduiven waren waarschijnlijk het eerst en het veelvuldigst aangekomen en bij ons bepalend geweest voor de naam Meeuw. Ook in BelgiŽ en Duitsland koos men die naam, nadat voordien in ons land en BelgiŽ ook de aanduiding met "Cort-beke" plaatsvond. In Engeland was het ook de Schildmeeuw die het eerste aankwam, deze werd daar Turbit genoemd, een naam waarvan de betekenis niet duidelijk is. Voor de nadien aangekomen meeuwrassen bleek uiteindelijk de uilenkop of de jabot bepalend. Zo worden nu de Tunische Meeuw en de Chinese Meeuw in Engeland respectievelijk African Owl en Chinese Owl genoemd, terwijl de Oosterse Meeuw als Oriental Frill lid is van de familie.

Kenmerken

De Meeuwduiven vormen een geweldige, wijdvertakte groep, met een zeer groot aantal soorten, welke echter alle zo veel gelijke kenmerken hebben, dat ze tot ťťn stam gerekend kunnen worden.

Owls
Een koppel blauwe Owls van het oude type, geschilderd door Harrison Weir

Een belangrijk kenmerk van de Meeuw is toch wel het karakter. Dit is ook alle duivenauteurs in de loop der tijden steeds weer opgevallen. Ook onze grote duivenkenner wijlen Spruijt leidde in zijn boek "De Structuurduiven" de meeuw in via het karakter. Hij schreef: "door hun vertrouwelijkheid, hunne elegante bewegingen, hun prettige wijze van voordoen, hun gehele persoonlijkheid, een ieder voor zich innemen en een bewonderaar voor zich maken". Een volzin en stellig een reactie vol van enig menselijk geluksgevoel, ontstaan door de gedragingen - het karakter - der "meeuwtjes" van iemand die meer dan wie ook, alle duivenkarakters heeft ervaren.

De Meeuwen behoren tot de kleine rassen. Ze zijn zeer gedrongen en hebben een trotse, opgerichte houding. De kop is betrekkelijk groot en dik, de snavel zeer kort met dikke neusvleugels, een huidplooi - ook wam genoemd - van de kin tot aan de borst.
Spruijt was ook degene die voor de noodzakelijke afbakening van de meeuwenfamilie een principieel kenmerk aanwees. Dit kenmerk betreft de diep op de borst verlopende bijzondere bevedering - de Jabot - die uitsluitend bij de meeuw voorkomt. Spruijt noemde het "een onvoorwaardelijk kenmerk" en schreef verder: "elke vogel, die deze versiering draagt, behoort tot een der vele meeuwenrassen".

Heden

Turbits
Turbits met schelpkap uit 1876, geschilderd door Ludlow.

De Aziatische Meeuwen worden in de hele wereld gefokt. De bekendheid van de overige Meeuwenrassen is vaak beperkt gebleven tot het land van oorsprong, met uitzondering van de Oudhollandse Meeuw die al jaren kan rekenen op een grote schare van liefhebbers. Maar bij de andere Meeuwen, en met name de kortsnavelige rassen, zijn de liefhebbers op 2 handen te tellen. Toch heeft door de jaren heen een kleine maar vaste kern zich vast gebeten in deze rassen. Mede hierdoor hebben de Meeuwen in Nederland zo'n hoog peil bereikt. Vooral de Oosterse Meeuwen spreken op de tentoonstellingen een hartig woordje mee.

De "onbekendheid" van de Meeuwenrassen komt niet doordat de fokkers deze rassen niet mooi zouden vinden. Integendeel! Een vroeger spraakmakende keurmeester heeft eens gezegd: "Zelfs een minder goede Oosterse Meeuw is nog een prachtige verschijning", en daar sluiten wij ons van harte bij aan.
Aan de andere kant begint de populariteit van de middensnavelige meeuwen te stijgen. Dit geldt vooral voor de Italiaanse en Oudduitse Meeuwen. De Hamburger Sticken en de Vlaanderse Smierel lopen hierin echter nog wat achter.

Als u op een tentoonstelling langs de kooien loopt en u zich niet afvraagt waaraan deze Meeuwen hun fanclub te danken hebben, dan is het houden van Meeuwen misschien wel iets voor u?